Maart

Maart lentemaand

 

(In maart valt het begin van de lente.)

 

 

 

1 maart St. Albijn, verandert suiker in azijn.

 

2 maart Sint Job, heeft een echte bonenkop.

 

3 maart Als het dondert op St. Cunegond, einde van de winter in de grond.

 

4 maart Maart roert zijn staart.

 

5 maart Regen op St. Adriaan, laat niets meer droog staan.

 

6 maart Maart guur geeft een volle schuur.

 

7 maart Het sneeuwwater van het maartje, kun je bewaren voor minstens een jaartje.

 

8 maart Een droge maart is goud waard, als het in april maar regenen wil.

 

9 maart Dansen in maart de muggen rond, dan is dat voor de schapen niet gezond.

 

10 maart Wie zich zelf bemind, wacht zich voor de maartse wind.

 

11 maart Komt men in maart onweer tegen, dan krijgt men in juli regen.

 

12 maart Zo de wind staat op St. Gregorius, zo staat hij nog veertig dagen.

 

13 maart Maartse wind en aprilse regen, beloven voor mei grote zegen.

 

14 maart St. Mathilde komt uit drie hoeken, met hagelstenen bakt zij koeken.

 

15 maart Wat maart niet wil, doet april.

 

16 maart Zoveel nevels in maart zich tonen, met zoveel onweer de zomer zal lonen.

 

17 maart Sint Gertruid, de mooie bruid, blaast de kaars uit.

 

18 maart Voor ouderen heeft de grillige meert, veel kwade haren in z'n steert.

 

19 maart Als het helder is op St. Jozefdag, men een goed jaar verwachten mag.

 

20 maart Op St. Jonas, komt dikwijls vuur van pas.

 

21 maart Op de Lentedag de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.

 

22 maart Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.

 

23 maart Maart niet te droog en niet te nat, vult de boer zijn kist en vat.

 

24 maart Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.

 

25 maart Al brengt Maria Boodschap lente in het land, koude krijgt nog vaak de overhand.

 

26 maart Maartse regen, brengt geen zegen.

 

27 maart Is het op St. Rupertus helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.

 

28 maart Brengt St. Gortran storm en wind, de sikkel is de boer nog steeds goed gezind.

 

29 maart Geeft St. Sulpitius schoon ijs, dan is de lente niet goed wijs.

 

30 maart Donder in maart, vorst in april.

 

31 maart Een droge maartwind, maakt de boer goed gezind.

 

 

Gedicht

 

 

 

Laat de lieve wonderbronne,

 

laat het leutig zonnevier,

 

laat de verre blommen kommen,

 

laat weerom de lente alhier.

 

 

 

Guido Gezelle