Oktober

Oktober wijnmaand

 

 

 

 

1 oktober Als het regent op St. Bavis, dan regent het met Kerstmis.

 

2 oktober Engelbewaarder sta mij bij, en maak de winter rap voorbij.

 

3 oktober In oktober veel regen, voor het kerkhof altijd een zegen.

 

4 oktober Oktober komt met regen en groot gedruis van winden,

pas op uw dijk en dak, eer hij die komt verslinden.

 

5 oktober Met St. Remi, begint er de winter.

 

6 oktober Maakt oktober veel gedruis, is het met de wijn niet pluis.

 

7 oktober Komt in oktober veel mist, dan heeft januari veel ijs in de kist.

 

8 oktober Oktober vijs, november grijs, december ijs.

 

9 oktober Regen met St. Denijs, voorspelt een natte winter en weinig ijs.

 

10 oktober Oktober met groene blaân, duidt een strenge winter aan.

 

11 oktober Treedt Gommarus met droogte in, de zomer zal nat zijn in het begin.

 

12 oktober Houdt de boom bladeren lang, weest voor een lange winter bang.

 

13 oktober Blinkt oktober in zonnegoud, de winter volgt snel en koud.

 

14 oktober Wordt men op Callistes een warme wind gewaar, dan wordt de zomer een twijfelaar.

 

15 oktober In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.

 

16 oktober Met St. Gal, blijft de koe op stal.

 

17 oktober Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn,

maar is het nat en koel, 't is van een zachte winter een voorgevoel.

 

18 oktober Wie met Lukas zaait, 't jaar daarop met genoegen maait.

 

19 oktober Is de herfst het weer lang en klaar, vroeg is dan een strenge winter daar.

 

20 oktober Gelijk Ursula begint, zo de winter volindt.

 

21 oktober Zoals het weer is met St. Ursela, zo zal ook de winter wezen.

 

22 oktober Als 't waait en vriest in oktober nacht, dan verwachten wij een januari zacht.

 

23 oktober Met Sinte Severijn, kan 't al winter zijn.

 

24 oktober Oktober heeft 31 dagen, maar vaak het dubbele aan storm en regenvlagen.

 

25 oktober Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.

 

26 oktober Oktober geeft ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen.

 

27 oktober Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort in de winter veel klaaggeschreeuw.

 

28 oktober Als Simon en Judas henen gaan, dan komt de winter aan.

 

29 oktober Brengt oktober in zonnegoud, de winter volgt dan snel en koud.

 

30 oktober Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn.

 

31 oktober Op de laatste oktober, houdt de natuur zich sober.

 

 

Gedicht

 

 

 

Vergankelijk is toch alles! Ach,

 

uw' bladerkroon,

 

o boomgewas, en blijft maar half,

 

een uurken schoon;

 

en, hoe zij verscher, vroegertijds,

 

was opgetooid,

 

hoe vuilder ne ze in 't vuile zand,

 

is afgestooid!

 

 

 

Guido Gezelle